H. Florbertus (Floribertus), eerste abt te Gent

Translation and introduction © orthodoxconnect.be 2026. All reproductions in publications, online or otherwise, are to be requested at info@orthodoxconnect.be.

Rechtstreeks vertaald uit de oudste bronnen — Geen Vita bewaard. Oudste bronnen: de notitie over de eerste abten van de Blandijn (9e eeuw), het opschrift op zijn grafsteen (gevonden in 1258, volgens de Bollandisten 7e eeuw) en de Annalen van de Blandijn en van Sint-Baafs (Acta Sanctorum, november I, 1 november, pp. 355 e.v.)

GETUIGENISSEN OVER DE HEILIGE FLORBERTUS, EERSTE ABT TE GENT

Florbertus (ook Floribertus) was de eerste abt die de heilige Amandus aanstelde in het klooster dat hij in de 7e eeuw te Gent stichtte. Hij stierf volgens de oude annalen van de Sint-Pietersabdij in 639.

Zowel de Sint-Pietersabdij op de Blandijnberg als de Sint-Baafsabdij beschouwden hem later als hun eerste abt, en beide beweerden zijn lichaam te bezitten. Van hem is geen Vita bewaard. Hieronder volgen de oudste getuigenissen, zoals de Acta Sanctorum ze uitgeven (november I, 1 november, pp. 355 e.v.).

I. Uit de oudste notitie over de abten van de Blandijn (9e eeuw)

De zalige bisschop Amandus kwam, in de tijd dat koning Dagobert over het rijk van de Franken regeerde, naar het gebied van de burcht van Gent om er te prediken. De bewoners hadden hun Schepper en Verlosser verlaten en, door de list van de duivel misleid, vereerden zij afgoden, die eerder voor het vuur dan voor verering geschikt waren.

Met Christus' hulp kwam hij daar aan, met medelijden voor hun ellende, en hij begon hun waanzin heftig te berispen. Toen schaamden zij zich niet de heilige man, opgehitst door de boze geest, met veel beledigingen en allerlei pijnigingen te treffen.

Ten slotte overwon hij met de hulp van de Heer de duivel en zijn vereerders. Uit liefde voor de Heer bouwde hij daar een klooster, dat hij de naam Blandinium gaf, en hij bracht er een gemeenschap van monniken samen. Aan het hoofd stelde hij een vader, Florbertus genaamd, een man met een scherp verstand.

Toen Florbertus gestorven was, stelde hij een zeer vertrouwde vriend, Johannes, tot abt aan. Toen ook Johannes naar het hemelrijk was heengegaan, nam een zekere Baudemundus het bestuur van het klooster over. Na zijn dood bestuurde Celestinus, een Ier van afkomst, de abdij vele dagen, tot de tijd van de verdeeldheid in het rijk van de Franken tussen Karel en Ragenfred.

II. Het opschrift op zijn grafsteen

In 1258 werd zijn graf in de Sint-Baafsabdij geopend. Onder zijn hoofd lag een witte marmeren steen met dit opschrift, dat de Bollandisten voor echt en nog uit de 7e eeuw houden:

Hier rust Florbertus, abt van het klooster van Gent. Hij stierf op de achtste dag vóór de iden van oktober (8 oktober).

[[INKLAP]] III. Uit de Annalen van de Blandijn

639. De heilige abt Florbertus stierf. Hij werd opgevolgd door de heilige abt Johannes.

1049. Dit jaar vond de verheffing van de heilige Florbertus plaats door Balduinus, bisschop van Noyon, op 20 april.

1077. Overbrenging van de heilige Florbertus, abt van de Blandijn, door bisschop Radbodus, op 20 april.

[[/INKLAP]]

[[INKLAP]] IV. Uit de Annalen van de Sint-Baafsabdij (1258)

In het jaar 1258 had de genoemde abt Theodericus er verdriet over dat de eerbiedwaardige Florbertus, de eerste abt van het klooster van Gent, daar oneerbiedig door de voeten van de voorbijgangers werd betreden. Na overleg met de broeders, en na het zingen van enkele vigilies, liet hij het graf van Florbertus openen, terwijl hij en de broeders witte koorhemden en stola's droegen. Zij namen de sarcofaag met het grafschrift erop weg.

Daar vonden zij het lichaam van Florbertus, met onder zijn hoofd een witte marmeren steen met het opschrift dat hierboven staat. Zijn graf lag vroeger vóór het hoofdaltaar van Sint-Pieter, dat de heilige Amandus had gewijd. Die plaats ligt nu naast het koor, aan de kant van het klooster, onder een stenen boog, waar de gelovigen in het voorbijgaan wijwater nemen.

Zij namen het lichaam van Florbertus van die plaats op en wasten het met water. Zijn gebeente sloten zij waardig in een loden kist, en die plaatsten zij met eerbied in de muur voor de kapel van Sint-Benedictus, samen met de marmeren steen, zoals nog te zien is.

[[/INKLAP]]