H. Foillan, abt en martelaar, stichter van Fosses
Translation and introduction © orthodoxconnect.be 2026. All reproductions in publications, online or otherwise, are to be requested at info@orthodoxconnect.be.
Rechtstreeks vertaald uit de oudste bron — Additamentum Nivialense de Fuilano: kort verslag, geschreven te Nijvel in de tweede helft van de 7e eeuw, kort na zijn dood (655); volgens Krusch de bron van alle latere levens (MGH SS rer. Merov. IV, pp. 449-451). De vijf latere Vitae staan in de Acta Sanctorum, oktober XIII, 30 oktober, pp. 370-420.
OVER DE HEILIGE FOILLAN, ABT VAN FOSSES
Foillan was een Ierse monnik, een broer van de heiligen Furseus en Ultan. Hij was abt van het klooster dat Furseus in het land van de Oost-Angelen had gesticht. Toen heidenen dat gebied binnenvielen, kwam hij met zijn monniken en relieken naar het Frankenrijk.
Daar namen de heilige Itta en haar dochter, de heilige Gertrudis van Nijvel, hen op, en Foillan stichtte het klooster van Fosses. In 655 werd hij op reis met zijn gezellen vermoord, in de nacht na de vigilie van de heilige Quintinus, dus van 30 op 31 oktober. Daarom vieren sommige kalenders hem op 30 oktober (zo de Acta Sanctorum), andere op 31 oktober. Na 77 dagen werden hun lichamen teruggevonden, en Foillan werd in Fosses begraven.
De oudste bron over hem is het korte "Aanhangsel van Nijvel" (Additamentum Nivialense de Fuilano), dat in de tweede helft van de 7e eeuw te Nijvel werd geschreven, kort na zijn dood. Alle latere levens van Foillan gaan erop terug. Hieronder staat het volledig, in een hedendaagse vertaling naar de uitgave van B. Krusch (MGH SS rer. Merov. IV, pp. 449-451).
1. Na het heengaan van de zalige Furseus brak in de landen over de zee het onweer los dat hij in de geest had voorzien. De zeer christelijke koning Anna werd door een inval van de heidenen verdreven. Het klooster dat Furseus daar had gebouwd, werd van al zijn bezit beroofd, en de monniken werden verstrooid.
Ook de abt, Foillan, de halfbroer van Furseus langs moederszijde, werd al onder bewaking weggevoerd om gedood te worden. Maar de rechterhand van God spaarde hem, tot heil van velen: toen het bericht kwam dat koning Anna eraan kwam, werden de heidenen door schrik bevangen.
De monniken werden uit de gevangenschap vrijgekocht. De heilige relieken werden teruggevonden en met het gerei voor de heilige altaardienst en de boeken in een schip geladen. Zo kwam Foillan ten slotte in het land van de Franken. Daar nam de patricius Erchinoald hem met de zijnen op, op dezelfde plaats waar de zalige Furseus begraven ligt.
2. Niet lang daarna begon de patricius de vreemde pelgrims te minachten, en zij werden verdreven. Maar de zeer vrome dienares van God Iduberga, ook Itta genoemd, en haar dochter, de heilige maagd van Christus Gertrudis, ontvingen hen met eer. Ook de hofmeier Grimoald was blij met deze heilige mannen.
Op het landgoed dat genoemd is naar de rivier de Bebrona, die erlangs stroomt, bouwde Foillan toen een goed geordend klooster voor vrome monniken. De genoemde dienares van God Itta zorgde voor alles wat nodig was.
3. Itta had op vele plaatsen rijke aalmoezen gegeven. Zij had veel armen getroost, veel pelgrims met grote vriendelijkheid ontvangen, hongerigen gevoed, naakten gekleed en gasten onderdak gegeven. Zij had ook ontelbare gaven geschonken voor de dienst van God, en de gemeenschap van heilige maagden, met haar edele dochter, in de Heer gesterkt. Daarna ging zij heen naar het hemelse rijk.
Toen gebeurde het dat de man van God Foillan, over wie wij hierboven spraken, op reis ging voor het welzijn van de kudde die hem was toevertrouwd. Op de vigilie van de heilige martelaar Quintinus zong hij de mis in de kerk van Nijvel.
Hij smeekte de oudere broeders dat, als hij onderweg zou sterven, de broeders die altijd met hem hadden gewerkt, uit liefde naar zijn lichaam zouden zoeken. Daarna nam hij afscheid van iedereen en vertrok.
4. Diezelfde nacht werd hij door een kwaadaardige man langs een omweg geleid. Zo kwamen zij in een huisje in een klein gehucht, een woning van slechte mensen, die hen met geveinsde gastvrijheid ontvingen.
De gezellen van de zalige man vertrouwden de bewoners niet en bleven de hele nacht wakker. Na de metten sprak Foillan vriendelijk met de bewoners. Na het gebed ging hij slapen, en hij spoorde de zijnen aan niemand van iets kwaads te verdenken.
Toen stonden die duivelse mannen op, samen met anderen die zij van elders hadden gehaald, en doodden de heilige man en ook zijn gezellen. Terwijl de zalige man "Deo gratias" ("God zij dank") riep, hakten zij zijn eerbiedwaardig hoofd af, opdat men zijn stem niet langer zou horen.
In het hok ernaast, waar een kudde varkens verbleef, groeven de goddelozen een kuil. Daar begroeven zij de vier lichamen samen, naakt en verminkt.
Vele dagen bleef de zaak voor de meeste mensen verborgen. Want de moordenaars brachten de kleren, het paard en alles wat de reizigers bij zich hadden, ver weg en verkochten het aan mensen die ver weg woonden.
5. Toen zij niet op de afgesproken plaats aankwamen, werden de broeders uit bezorgde liefde ongerust. Zij zochten hem overal en lieten zijn verdwijning bekendmaken.
De genoemde maagd van Christus Gertrudis smeekte de Heer met vasten en gebeden en stuurde overal in de omgeving boden uit. Zo bracht zij het werk van de duisternis aan het licht. Op de zevenenzeventigste dag na zijn dood werden de heilige lichamen gevonden.
Dat getal wordt op veel plaatsen in de Heilige Schrift met een verborgen betekenis vermeld. En zij werden gevonden op dezelfde dag waarop de zalige Furseus, zijn broer, uit het lichaam naar de Heer was heengegaan.
6. De lichamen werden opgenomen. Met kaarsen en fakkels, met antifonen en geestelijke liederen, droegen geestelijkheid en volk ze de hele nacht eervol op hun schouders naar het klooster van Nijvel.
Op diezelfde dag kwamen de eerbiedwaardige Dido, bisschop van Poitiers, en de doorluchtige Grimoald, de hofmeier, daar aan om de heilige plaatsen te bezoeken. Beiden werden door de Heer gewaarschuwd dat de lichamen eraan kwamen.
De bisschop rustte na de metten. In een droom vroeg men hem wat hij deed, en hij kreeg het bevel zo snel mogelijk de zalige Elias tegemoet te gaan. Meteen stond hij op en vroeg zijn dienaar wat er gebeurde. Die vertelde hem dat de eerbiedwaardige lichamen waren aangekomen.
Meteen ging de eerbiedwaardige man hen in tranen tegemoet. Na zijn gebed hief hij een lofzang aan voor de Heer. Samen met de zeer eerwaardige patricius nam hij de last van het eerbiedwaardige lichaam op en droeg het op zijn eigen schouders.
Zo werd Foillan in het klooster van de heilige maagden binnengedragen. Nadat men daar relieken van hem had genomen, werd hij eerbiedig, met psalmen en liederen, naar zijn eigen klooster gedragen. Van alle kanten kwamen edelen hem tegemoet en droegen hem op hun eigen schouders.
Met alle eer werd hij bijgezet op een zeer beroemde plaats, die ook Fossa (Fosses) heet. Daar worden de weldaden van zijn gebeden geschonken, met de hulp van onze Heer Jezus Christus, die met de Vader en de Heilige Geest leeft en heerst, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.