H. Ingaudus, belijder te Montreuil-sur-Mer

Translation and introduction © orthodoxconnect.be 2026. All reproductions in publications, online or otherwise, are to be requested at info@orthodoxconnect.be.

Rechtstreeks vertaald uit de oudste bronnen — Geen Vita bewaard. Oudste bronnen: het Leven van de heilige Salvius van Amiens (omstreeks de 10e eeuw) en het opschrift in de reliekschrijn (op leder, in unciale letters, omstreeks 900); daarnaast de oorkonden van 1435, 1452 en 1702 en de lezing uit het brevier van Amiens (Acta Sanctorum, oktober XIII, 29 oktober, pp. 3-6)

GETUIGENISSEN OVER DE HEILIGE INGAUDUS, BELIJDER TE MONTREUIL-SUR-MER

Van de heilige Ingaudus is geen Vita bewaard. Wat we van hem weten, komt uit het Leven van de heilige Salvius, bisschop van Amiens. Salvius genas hem als kind van doofheid en stomheid, doopte hem en gaf hem zijn naam. Daarna zou Ingaudus zijn vaste gezel zijn gebleven. Hij leefde wellicht in het begin van de 7e eeuw en kwam vermoedelijk uit Ault, aan de kust van de Vimeu.

Zijn naam is Germaans (Ingoald). Hij wordt ook geschreven als Ingoaldus, Ingaldus, en in het Frans Angaud, Aingauld of Engaud. Later legde men hem uit als "in gaudium", "tot vreugde".

Zijn verering is heel oud. Omstreeks 900 rustte zijn gebeente al naast dat van Salvius in hetzelfde schrijn, en het opschrift noemt hem toen al "heilige". Later lagen beiden in de abdij van Sint-Salvius te Montreuil-sur-Mer.

In 1793 werd het schrijn met de kerkschatten van Sint-Salvius verbrand, maar de relieken waren vooraf in veiligheid gebracht. Een reliekschrijn met zijn schedel berust nog in de abdijkerk Saint-Saulve te Montreuil-sur-Mer, nu de parochiekerk. Zijn feest valt op 29 oktober.

Hieronder volgen de oudste getuigenissen over hem, zoals de Acta Sanctorum ze bewaren (oktober XIII, 29 oktober, pp. 3-6). Tik op een titel om een document te openen.

I. Uit het Leven van de heilige Salvius, bisschop van Amiens (omstreeks de 10e eeuw)

In die tijd reisde de heilige Salvius rond in zijn bisdom om het te bezoeken. Zo kwam hij in de Vimeu en verbleef hij op het landgoed Augusta, dat de zeer beroemde koning Theuderik hem had geschonken.

Daar bracht men een jongetje bij hem dat doof was en niet kon spreken. Salvius zegende zijn mond, zijn voorhoofd en heel zijn gezicht en raakte het aan met olie. Meteen kon de jongen gewoon spreken.

Daarna doopte hij hem en gaf hem de gelukkige naam Ingaudius. Hij vervulde zijn geest met de goddelijke Adem en maakte hem tot een waar katholiek in het geloof.

II. De opschriften in het reliekschrijn

Het oudste opschrift staat op leder, in unciale letters. Volgens bisschop Feydeau van Amiens was het in 1702 ongeveer achthonderd jaar oud; het dateert dus van omstreeks 900. Het luidt:

Hier rust het lichaam van de heilige Salvius, bisschop en belijder, en tegelijk van de heilige Ingaudius, belijder.

Een tweede opschrift, op perkament en in een iets jongere hand, gaf letterlijk dezelfde woorden. Een derde, in grote letters op een loden plaat, luidde:

In het jaar 1111 na de menswording van het Woord, in de vierde indictie, op 11 juni, werd dit lichaam van de heilige Salvius, bisschop van Amiens, door bisschop Godfried in dit eerbiedwaardige schrijn overgebracht, in het derde regeringsjaar van Lodewijk, koning van de Franken.

[[INKLAP]] III. Oorkonde van de overbrenging van de heiligen Salvius, Ingaudus en Vulflagius (20 april 1435)

Overbrenging van de heiligen Salvius, bisschop, Ingaudus, belijder, en Vulflagius, eveneens belijder.

Aan allen die deze brief of deze openbare akte zullen zien en horen: Johannes, door Gods barmhartigheid bisschop van Ross, voor wat hieronder staat plaatsvervanger van de eerwaarde vader in Christus, de heer Johannes, door Gods genade bisschop van Amiens, wenst u eeuwig heil in de Heer. Geloof zonder twijfel wat volgt.

Wij maken bekend dat wij op de datum van deze akte de kerk bezochten van het klooster van de heilige Salvius te Montreuil-aan-zee, van de Orde van Sint-Benedictus, in het bisdom Amiens. Op verzoek van de subprior en het convent van dat klooster (de abt was al lang afwezig en verbleef ver weg, en de prior was overleden) hebben wij er twee oude schrijnen of draagbaren met passende eerbied geopend. Het ene heette het schrijn van de heilige Salvius, belijder en bisschop, het andere dat van de zalige Vulflagius, priester en belijder.

In het eerste vonden wij twee lichamen, of hun gebeente. Er lagen een kazuifel en een stola bij van zijde, mooi geweven in verschillende kleuren en met afbeeldingen, en linnen doeken als zweetdoeken. Op lood, op hertenleer en op perkament stond geschreven dat daar de lichamen rustten van de zalige belijders Salvius, bisschop van Amiens, en Ingaudus, die dezelfde zalige bisschop Salvius had gedoopt en de gelukkige naam Ingaudus had gegeven.

In het andere schrijn vonden wij één lichaam, of zijn gebeente, met een linnen zweetdoek. Op hertenleer en perkament stond: Hier ligt het lichaam van de heilige Vulflagius, belijder.

Daarna droegen wij in dezelfde kerk een plechtige mis op. De twee schrijnen werden in plechtige processie naar de grote poort van de kerk gedragen, op een hoger opgesteld podium. Daar werd het woord van God verkondigd, tot lof en eer van God, van de heilige belijders en van heel het hemelse hof, en werden het leven, de deugden, de verdiensten en de wonderen van deze belijders zo goed mogelijk uiteengezet.

Toen brachten wij uit het eerste schrijn de lichamen van de heilige belijders Salvius en Ingaudus over, of al hun gebeente (zoals op het eerste gezicht bleek, althans de voornaamste beenderen), met het kazuifel, de stola, de zweetdoeken en de rest. Wij legden ze in een nieuw, voornaam en sierlijk schrijn, dat naar men zei met aalmoezen van de gelovigen was gemaakt.

Uit het tweede schrijn brachten wij op dezelfde manier het lichaam van de zalige belijder Vulflagius, of zijn gebeente, met de zweetdoek en de rest, over naar een ander nieuw, voornaam en sierlijk schrijn. Wij toonden de relieken één voor één aan het volk, en legden in beide schrijnen nieuwe akten over deze overbrenging, opgemaakt door een apostolische notaris.

Toen dit alles met passende eerbied voltrokken was, werden de twee nieuwe schrijnen met de heilige lichamen eervol naar de kerk teruggebracht en naast het hoofdaltaar geplaatst.

Tot geloof en getuigenis van dit alles lieten wij deze brief of openbare akte opstellen door een apostolische notaris, die hiervoor speciaal geroepen en verzocht werd. Wij lieten hem bekrachtigen met het zegel van de geestelijke rechtbank van de heer bisschop van Amiens en met het merk en de handtekening van die notaris.

Gegeven en gedaan op de genoemde plaats, in het jaar 1435 na de menswording van de Heer, in de dertiende indictie, op 20 april, in het vijfde jaar van het pontificaat van onze allerheiligste vader in Christus, paus Eugenius IV.

[[/INKLAP]]

[[INKLAP]] IV. Uit de brief van de monniken van Montreuil aan de schepenen van Amiens (1452, in het Frans)

Al sinds de oudste tijden worden in onze kerk en ons klooster vele lichamen van heiligen in schrijnen bewaard, onder meer het gebeente van de heilige Salvius, vroeger bisschop van Amiens. Maar het houten schrijn waarin deze heilige relieken rusten, is niet met goud, zilver of edelstenen versierd, wat zeker niet past.

Daarom hebben wij besloten het lichaam van de heilige Salvius over te brengen naar een nieuw houten schrijn. Wij zijn al begonnen het met goud en zilver te bekleden, deels op eigen kosten, deels met aalmoezen van de inwoners van Montreuil. Maar het werk is nog lang niet af, en wij hebben het geld niet om het te voltooien, tenzij u en andere vrome mensen ons helpen.

Daarom sturen wij u de monnik Johannes Dionysius, die u deze brief brengt. Wij vragen u dringend, in de naam en ter gedachtenis van God de Schepper en van de heilige Salvius, vroeger bisschop van Amiens, iets uit uw middelen te schenken om zijn reliekschrijn te versieren.

(De schepenen gaven een mark zilver of meer. De goudsmeden beeldden op het schrijn de voornaamste daden van de heilige uit, maar verwarden daarbij Salvius van Amiens met Salvius van Albi.)

[[/INKLAP]]

[[INKLAP]] V. Uit de oorkonde van bisschop Henri Feydeau de Brou van Amiens (1702)

Henri Feydeau de Brou, door Gods barmhartigheid bisschop van Amiens, aan alle gelovigen in Christus die deze brief zullen zien.

Wij maken bekend dat wij in het jaar 1702 na de menswording van de Heer, op de zondag binnen het octaaf van Hemelvaart, 28 mei, gewijd aan de heilige Honoratus, bisschop van Amiens, in de stad Montreuil waren. Daartoe waren wij geroepen door de abt en de monniken van het klooster van de heilige Salvius in die stad, van de Orde van Sint-Benedictus in ons bisdom, en ook door de burgemeester, de schepenen en de andere notabelen van de stad.

In het koor van de kloosterkerk hebben wij er de lichamen van de heilige belijders Salvius, bisschop van Amiens, en Ingaudus, met de gebruikelijke plechtigheden uit het oude schrijn naar een nieuwer overgebracht.

Eerst lieten wij het oude schrijn in het koor openen, in aanwezigheid van geestelijkheid en volk. Wij legden het gebeente van de heiligen op een daarvoor klaargezette tafel. Twee daartoe geroepen en beëdigde heelmeesters noemden de naam van elk bot dat op de tafel werd gelegd, zodat een door ons aangestelde schrijver ze kon optekenen.

Toen de beenderen eruit genomen waren, vonden wij verschillende oorkonden. De oudste, op leder en in unciale letters die ons ongeveer achthonderd jaar oud leken, bevat de woorden die hierboven onder II staan.

[[/INKLAP]]

[[INKLAP]] VI. Uit het brevier van Amiens (1746), sinds 1806 ook in het brevier van Atrecht

Zijn lichaam (dat van de heilige Salvius) was eervol begraven in de kerk van de heilige Maria. Lange tijd later werd het door de heilige Godfried, bisschop van Amiens, naar Montreuil overgebracht, samen met het lichaam van de heilige Ingaudus. Daar worden zij met de grootste verering vereerd.

In 1729 heeft Petrus, bisschop van Amiens, het gebeente van de heiligen Salvius en Ingaudus erkend en uit het houten schrijn naar een zilveren overgebracht.

[[/INKLAP]]