H. Perpetuus, bisschop van Maastricht, te Dinant

Translation and introduction © orthodoxconnect.be 2026. All reproductions in publications, online or otherwise, are to be requested at info@orthodoxconnect.be.

Rechtstreeks vertaald uit de oudste bronnen — Geen Vita bewaard. Oudste bronnen: Herigerus van Lobbes (10e eeuw), de oude bisschoppenlijsten (11e-12e eeuw), Iocundus (kort na 1088), de Annalen van Luik (11e eeuw) en Aegidius van Orval (13e eeuw) (Acta Sanctorum, november II/1, 4 november)

GETUIGENISSEN OVER DE HEILIGE PERPETUUS, BISSCHOP VAN MAASTRICHT

Perpetuus was in het begin van de 7e eeuw bisschop van Maastricht, de zetel die van Tongeren was overgebracht, waarschijnlijk tussen ongeveer 614 en 625. Hij werd begraven te Dinant, eerst in de Sint-Vincentiuskerk en later in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, die ook naar hem werd genoemd. Volgens de overlevering vloeide er lange tijd olie uit zijn graf.

Al vóór het jaar 1000 werd hij te Dinant als heilige vereerd. In 1323 schreef de bisschop van Luik zijn feest voor heel Dinant voor, later voor het hele bisdom. Zijn feest valt op 4 november, volgens Aegidius van Orval zijn sterfdag.

Van hem is geen oude Vita bewaard. De latere levens en de verhalen over zijn adellijke afkomst hebben volgens de Bollandisten geen historische grond. Hieronder volgen de oudste getuigenissen, zoals de Acta Sanctorum ze uitgeven (november II/1, 4 november).

I. Herigerus van Lobbes, Daden van de bisschoppen van Tongeren, Maastricht en Luik (10e eeuw)

De heilige Perpetuus, die als drieëntwintigste bisschop aan het hoofd stond, rust te Dinant.

II. Uit de oude bisschoppenlijsten (11e-12e eeuw)

De oudste bewaarde lijst van de bisschoppen van Tongeren (begin 11e eeuw) noemt hem tussen Gundulfus en Ebregisus. Een berijmde lijst uit de 12e eeuw zegt:

Perpetuus, de veertiende, van roemrijk geslacht.

III. Iocundus, Overbrenging van de heilige Servatius (kort na 1088)

Servatius is het uit wiens schoot alle martelaren en belijders zijn voortgekomen, en aan wiens borst zij zijn opgevoed, in bijna alle steden, burchten en vestingen van heel Lotharingen. Maar omdat het misschien te lang en vervelend zou zijn over elk afzonderlijk te spreken, krijgt u maar weinig van het vele te horen. Dinant heeft immers de zalige Perpetuus, een groot belijder; de Ardennen hebben er twee, de heilige Remaclus en Hubertus, enzovoort.

IV. Annalen van Luik (11e eeuw), bij het jaar 598

De heilige [Perpetuus] is bisschop te Tongeren.

(De naam is in het enige handschrift uitgekrabd. Aegidius van Orval las er in de 13e eeuw nog "Perpetuus".)

[[INKLAP]] V. Aegidius van Orval, Daden van de bisschoppen van Luik (13e eeuw)

Over de heilige bisschop Perpetuus, die Gundulfus opvolgde.

Na het heengaan van de zalige bisschop Gundulfus werd de zalige Perpetuus, een zeer zachtmoedige belijder van Christus, als drieëntwintigste bisschop van de Kerk van Maastricht gewijd. Deze zalige man blonk uit door tekenen en wonderen. Het talent dat hem was toevertrouwd, bracht hij met winst terug naar zijn Heer: in alles wat hij met Gods hulp kon doen, zocht hij niet zijn eigen eer, maar die van Christus.

Gesteund door deze en andere goede werken bereikte hij een heilige ouderdom. Zo ging hij, in de belijdenis van de Heer, op de dag vóór de nonen van november (4 november) heen naar Christus.

Deze zalige belijder van Christus werd eerst begraven in de kerk van de zalige diaken en martelaar Vincentius in de stad die Dinant heet. Uit zijn graf zou lange tijd olie gevloeid hebben. Later werd zijn lichaam overgebracht naar de kerk van de zalige Maagd Maria in dezelfde stad en waardig in een schrijn gelegd.

Daar bezoeken de burgers hem met eerbied en roepen hem met geloof aan, en door zijn vele weldaden is hij, na Christus, hun beschermheer. Van hem willen wij hier enkele wonderen vertellen die in onze tijd gebeurd zijn.

Te Dinant woonde een burger, Theodericus genaamd, met een zoontje, Fucherus, dat erg leed aan een breuk of aan een steen. Hij liet een heelmeester met zijn instrumenten komen om de jongen te helpen. De volgende dag zou de jongen geopereerd worden.

Toen legde de vader een gelofte af aan de zalige Perpetuus en beloofde hij de bouw van diens kerk naar vermogen te steunen, als zijn zoon door diens verdiensten genas. In diezelfde nacht kreeg de jongen de gezondheid terug waarnaar men zo verlangd had en die men niet meer durfde te hopen.

Daar woonde ook een clericus, Clemens genaamd. Op een dag keek hij vanuit een nieuw huis naast de toren van de Heilige Maagd naar de Maas, die buiten haar oevers was getreden. Plots viel hij van hoog in de rivier. Terwijl hij viel, dacht hij aan de zalige Perpetuus en riep hem zo goed hij kon met geloof aan.

Toen hij in de rivier zonk en de stroming hem naar de diepte trok, zag hij plots de zalige Perpetuus in bisschopsgewaad, die hem bij het hoofd vasthield en ongedeerd naar de oever bracht. Dit is het werk van de Heer, en het is wonderbaar in onze ogen.

Een meisje dat water putte uit de put midden in Dinant, viel plots in de put. Haar hoofd was zwaar gewond en haar andere ledematen waren bijna verbrijzeld. Men haalde haar eruit, dood naar men zei.

Zij die haar eruit hadden gehaald, riepen de zalige Perpetuus aan en droegen het levenloze lichaam haastig naar zijn altaar. Na korte tijd kregen zij het meisje, dat zij dood waanden, door de verdiensten van de zalige Perpetuus levend terug.

Na de heilige Perpetuus werd de heilige Ebregisus als vierentwintigste bisschop van de Kerk van Maastricht aangesteld.

[[/INKLAP]]