Vinding van de Relieken van de H. Vedastus (Vaast) van Atrecht
Translation and introduction © orthodoxconnect.be 2026. All reproductions in publications, online or otherwise, are to be requested at info@orthodoxconnect.be.
Oudste Vita uit Acta Sanctorum — ca. 1043 (Baldricus, Chronicon Cameracense et Atrebatense)
DE VINDING VAN HET HOOFD VAN DE H. VEDASTUS EN VAN ANDERE RELIEKEN TE ATRECHT.
In het jaar 1014, op 2 januari, aldus Ferreolus Locrius in zijn Chronicon Belgicum: de vinding van de relieken van de Kerk van Atrecht. Over die vinding schrijft Baldricus in zijn Chronicon Cameracense en Atrebatense, boek 2, hoofdstuk 13: Daar namelijk, te Atrecht in de kerk van de H. Maria, naast het altaar van de Moeder Gods — dat de gezegende Vedastus zelf had gewijd — werden, in het tweede jaar van bisschop Gerardus, vele en zeer kostbare relieken van heiligen gevonden. Ter verheerlijking daarvan verrichtte de goddelijke goedertierenheid gedurende ongeveer drie jaar allerlei wonderen: melaatsen werden gereinigd, verlamden herwonnen het gebruik van hun ledematen, en velen die aan uiteenlopende kwalen leden, werden genezen.
2. Diezelfde Baldricus schrijft in boek 3, hoofdstuk 4, over diezelfde vinding: In die tijd gebeurde het dat in het klooster van de Heilige Maria te Atrecht, naast het altaar, de kostbare relieken van vele heiligen werden aangetroffen. Om de verdiensten daarvan bekend te maken, stroomde — doordat de goddelijke goedertierenheid tekenen en wonderen verrichtte — gedurende bijna twee jaar een zeer grote menigte toe, niet alleen uit de omgeving, maar ook uit verre streken.
3. Georgius Colvenerius erkent in zijn Aantekeningen dat hij niet heeft kunnen achterhalen welke en hoeveel relieken het precies waren. Locrius voegt eraan toe dat de handschriftelijke gedenkstukken van de Kerk van Atrecht onder meer vermelden: de arm van de H. Vedastus, met zijn hoofd, en enkele andere ledematen. Over de H. Vedastus zelf, zie meer op 1 februari; over het feest van de Atrechtse relieken, elders.